Door: Jolien van den Elsakker

Als ik je vertel over mijn lastige bevalling. Oordeel dan niet. Ik zou niets liever willen dan trots zijn. Zoals ik trots ben op m’n prachtige lieve meisje dat ik op de wereld heb mogen zetten waar ik oneindig veel van hou. Maar het neemt niet weg dat ik s nachts nog weleens worstel, hoe flarden nog terugkeren onverwacht in stressvolle situaties. Maar ook op een rustig moment op de fiets of bij het horen van mooie muziek. De manier waarop ik ben bevallen heeft nog altijd impact op me en vliegt me op verschillende momenten aan. Wat is er toch gebeurd?

We zijn 15 maanden verder en ik haal m’n bevalverslag op bij de balie bij het OLVG West. Dat dossier, opgetekend door degene die me nog najaagt in m’n gedachten. Die me kleineerde en zo’n stempel heeft gedrukt op m’n bevalling. Alsof ik ‘haar’ essay op kom halen, mij definiërend, en ik erachter zal komen wat er is gebeurd. 

Ik zet mn fiets op slot en kijk omhoog. Op welke verdieping zou ik gelegen hebben? Ik weet het niet meer. Ik voel m’n bloed suizen. M’n hakken klikken in de hal. Zo anders dan het sloffen van m’n rubber zolen midden in die nacht. Het gekrioel van mensen die zich verzamelen voor de desinfecterende handpomp nu staat in contrast met de verlaten hal in de koude nacht van januari 2020. De nacht dat ik aan het bevallen was van Sarah en met volle ontsluiting vanuit thuis toch hier terecht gekomen was. 

Wat was ik opgelucht geweest daar binnen te lopen. Licht, ruimte, een boost, een uitweg. Ik had het zo nodig. Grote ogen van een vreemde reflecteren terwijl ik een nieuwe wee opvang tegen de spiegel in de lift. Ik herken mezelf amper. Zo opgezwollen, vermoeid, uitgeput. 

Vertrouwen had ik nodig. Een coach. Iemand die me aanmoedigde, lieve woorden zou zeggen. Ik zocht jouw bevestiging dat het goed zou komen maar die kwam niet. Het vertrouwen sijpelde weg net als de warmte in de kamer. De kille adviezen en de afstandelijke toon waarmee je sprak maakte me duidelijk waar ik in terecht was gekomen. Ik moest redden wat er te redden was. Als een afgewezen kind ging ik opnieuw opzoek naar jouw bevestiging, jouw hulp. Een nieuwe levenslijn. Doen wat jij zegt. Oke, geen pijn medicatie. Ik wil je respect want je moet me steunen. 

Ik zuig je energie op. Ik weet dat deze niet bij mij hoort maar ik ben zo moe. Ik kan me niet verweren. Ik hoor je maar heb de kracht niet om te doen wat je zegt. Het doet zoveel pijn. Weer een sneer. Het wordt steeds donkerder. Je zegt dat ik het niet kan. Je zegt: ‘je doet je best niet’ Zo wordt haar hartslagje er niet mooier op.’ Ik sta doodsangsten uit. Ik voel dat ik me aan het verliezen ben in deze strijd die alsmaar duisterder wordt. 

Wie is dit kindje in me dat er niet uit wil komen? Wat is er mis met mij? Verkeerde beslissingen heb ik gemaakt zeg je. ‘Groot kindje, thuis, overtijd. Wat dacht ik toch allemaal?’ Nu moet ik het zelf maar oplossen. Eerst zelf je haar verven thuis en als t mislukt naar de kapper, die moet de rommel opruimen. Dat lijk jij zo te voelen met je woorden: ‘en als het dan niet lukt, dan komen ze bij ons’.

En ik lees het allemaal terug daar op die 2 A-4 tjes. Ze liggen op m’n schoot thuis. Tranen druppelen op het papier. Het wordt allemaal weer realiteit, de beklemmende druk die ik al een jaar voel als de ervaringen terug komen. Mijn angst, mijn strijd, en jouw opmerkingen uren lang hier op papier maar dan verpakt in mooiere taal. ‘Mevrouw vond de baarkruk maar niks’ ‘Mevrouw volgt weinig tips op.’ ‘Mevrouw perst niet actief mee’ ‘Mevrouw dacht omdat ze goed was in yoga ze de klus wel even zou klaren’ ‘Mevrouw is er klaar mee’ 

Deze keer voel ik ook tranen van woede. Een jaar lang heb ik een schaamte gevoeld die ik niet kon plaatsen. Een ongemakkelijk gevoel. Nu komt die onderkant van de ijsberg te voorschijn. Tranen van woede, van verzet. Ik voel me strijdbaar. Mij rest me mijn werk te doen, me nogmaals liefdevol voor te bereiden op de komt van m’n zoontje. En daar ga ik met heel m’n hart voor. Maar daar hoort ook bij dat ik deze ervaring een plek geef. En dat ga ik doen door jou hardop de volgende vragen te stellen. Want ik wil dat jij begrijpt hoe belangrijk je bent, hoeveel impact jij hier (helaas)hebt gehad en of je je daar voldoende van bewust bent. 

Was het je machteloosheid? Voerde je andere strijd? Een strijd met jezelf en je ergernissen die je eigenlijk niet met mij moest voeren? Voelt dat echt zo dat je de rommel van mijn slechte keuzes gepresenteerd kreeg en jij het maar op moest ruimen? Zag je niet hoe ik je nodig had? Ik zocht een band om de veiligheid te creëren die ik nodig had. Het was puur instinctief. Dat herken jij toch? Als hulpverlener, als vrouw, als moeder?  Maar je pakte mijn hand niet. 

Jolien

4 april 2021

(Visited 21 times, 1 visits today)

Leave A Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *