Vanmiddag draaide ik een dienst op een jeugdzorggroep vlakbij Utrecht. De jongeren, allemaal veel te jong al veel te veel meegemaakt, druppelen een voor een de woning binnen na schooltijd. Er wordt wat geklierd, heen en weer geduwd en gelachen. Dan begint ‘t aftasten want ik ben een nieuwe invaller. Ze vuren de één na de andere vraag op me af. Rustig beantwoord ik deze. Dan gaan ze hun eigen ding doen.

Herinneringen voeren me terug naar m’n eigen puberteit. Wat een spanning, wat een avontuur en wat voelde ik me soms kwetsbaar. Nog zo op zoek naar wie je bent, in een veel te hard groeiend lichaam, vraagt de wereld om je heen in die fase soms meer dan je nog kunt overzien. ln gedachten verzonken hoor ik opeens naast me:

‘Hoe oud bent u eigenlijk?

De jongen met de meest grote mond staat naast me.

Nou zeg jij maar wat jij denkt’, zeg ik terug.

‘Eenentwintig’ zegt hij.

‘Bijna, maar het is eenendertig’ zeg ik.

Aha’ zegt de jongen, ‘Daarom heb je dat witte haar en rimpels op je voorhoofd? En wat is dat naast je mond, die streep daar?’ 

Ik ben geamuseerd door zijn vragen en antwoord: ‘Een litteken, gebeten door een hond toen ik 2 was,’ 

‘Kut zeg’ antwoordt hij.

Ik glimlach en dank hem voor zijn opmerkzaamheid. Als hij de keuken uitloopt ben ik toch even stil van dit intermezzo. Dan werp ik een blik in de spiegel en kijk naar mezelf om te zien wat hij daar net zag. En inderdaad daar staat vrouw, die zich zo vaak ook nog maar een meisje voelt. Maar in hun ogen een begeleider voor vandaag. Dan voel ik ineens zo’n enorme golf van bewondering opkomen voor deze jongens en meisjes. Thuis waren ze niet veilig of kon veiligheid niet gewaarborgd worden. Nu wonen ze hier en is aan ons de taak dat ze veilig zijn en ze zichzelf verder ontwikkelen als mens. Die jongen kwam even poolshoogte nemen wie ik was, die nieuwe invaller in zijn huis. Nu zijn vragen beantwoord zijn was ‘t oké. Wát een karaktertjes en wat zijn ze sterk.

Tijdens het eten voel ik dat er wat spanningen zijn. Er komt een nieuw meisje op de groep wonen vanavond. Als ik iedereen weer aan tafel verzamel na het eten deel ik een paar lege briefjes uit. Ik vraag hen allemaal iets op te schrijven waar hij/zij trots op is en dat ook te doen voor alle groepsgenootjes. Er wordt gezucht en gesputterd. Ik negeer het en moedig ze aan gewoon even iets op te schrijven. Een paar minuutjes maar. Zowaar klimmen ze in de pen. Het is even stil. Op hun eigen dynamische manier roepen ze vervolgens hun observaties over tafel. Sommige briefjes worden propjes en slingeren door de keuken. Even denk ik dat mijn project volledig mislukt maar de propjes worden opgeraapt en opengevouwen en mooie woorden komen tevoorschijn. Een voor een zie ik de gezichten wat gaan ontspannen en t stoere maakt plaats voor zachtheid & trots. Positieve woorden van groepsgenootjes dringen tot hen door. Als t klaar is zie ik de jongeren de briefjes in hun broek stoppen in plaats van weg te gooien. Iedereen gaat weer z’n gang maar er heerst wat rust, iedereen voelt t positieve momentje van daarnet. Jezus wat ben ik trots op deze koters.

 

(Visited 13 times, 1 visits today)

Leave A Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *