Zacht klem ik mijn dijen tegen de grote rode tank terwijl warme lucht in mijn gezicht blaast. Melodieus getoeter klinkt van achter. Voor me de knipperende koplampen van een auto die aanduiden dat hij de grote fruitstal voor ons op de weg gaat omzeilen en daarvoor mijn weghelft zal gebruiken.

Ik laat mijn gas los. De kinderen op de fietsjes voor me kwetteren vrolijk voort met elkaar, zich zo vertrouwd tonend met de chaos om ons heen. Terwijl ik de situatie in mijn spiegels van achter opneem en toch de situatie voor me geen tel uit het oog verlies, trap ik mijn voetrem vast zacht in. Als een puzzel komt alles op dit kleine stuk weg samen en net waneer je denkt dat het nooit gaat passen glijdt vervolgens iedereen dynamisch en met enkele centimeters afstand van elkaar weer voort. Stofwolken doemen op door de voorbij stofende truck en zijn inhaalslag doen de losliggende steentjes op het wegdek tegen mijn benen spatten.

Zodra de kinderen naast me opmerken dat er geen landgenoot naast hen rijdt beginnen ze enthousiast te roepen. Ik maak een hand vrij om even naar ze terug te zwaaien. De fruitverkoopster veegt wat stof uit haar gezicht en klopt haar schortje af. De hond aan de kant van de weg likt aan een bot en drommen scooters voegen zich bij me in de stroom verkeer. En zo verlaten we de drukte van Hanoi op weg naar het hoge Noorden.

(Visited 7 times, 1 visits today)

Leave A Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *