Een tour door Bali op je scooter, dat is een avontuur. Onder het credo; ‘ travel light and feel free’, had ik slechts een kleine rugzak met schone kleding en een tandenborstel bij me. Elke dag een stuk rijden en slapen op een nieuwe plek die ik onderweg tegen zou komen. Er zijn momenten in je leven dat je ultieme vrijheid ervaart; dit was zo’n moment. Toch had ik iets over het hoofd gezien.

Met de warme wind in mijn gezicht reed ik langs dorpjes en tempels. Ik had wel een route in mijn hoofd voor deze 8 daagse tour maar verdwalen behoorde tot de mogelijkheden. En verdwalen brengt soms wel nieuw en onverwacht avontuur. Zo nam ik een afslag te vroeg na de derde dag. Ik zag op de kaart twee mogelijkheden; een lange rechte weg langs de kust of een klein kronkelweggetje meer het binnenland in. Het zou me beide naar mijn volgende bestemming leiden maar t zou minstens twee uur schelen aan tijd, dacht ik. Het kronkelweggetje bleek een helling op te gaan. Na een paar kilometer rij ik langs dorpjes die bestaan uit kleine hutjes van leem. Op het dak ligt spaanplaat tegen de regen en op de vloer liggen rieten matten. Een enkel huishouden heeft buiten een stelling van bamboe met een strodak gebouwd wat van schaduw voorziet en waar familieleden in kunnen uit te rusten.

Overal stijgen rookpluimjes op en de geur van verbrande takken, plastic en overige rommel dringen diep door in je neus. De families op deze bergweg leiden hier een afgezonderd leven, realiseer ik me terwijl mijn scooter pruttelend de helling op tuft. Verder omhoog wordt de klim steiler en moeizamer en zie ik dat er grote stukken asfalt ontbreken. Op deze plekken ligt zand, stenen of modder en de scooter krijgt nog maar weinig grip.

“Road broak”, roepen een paar mannen uit het dorp. Ze staan me lachend aan te kijken terwijl ze omhoog wijzen. Ik ben te ver gereden om nog zin te maken voor dezelfde route terug naar beneden. Ik besluit het erop te wagen omhoog, het kan niet meer ver zijn. Ik kronkel langs de gaten in de weg en geef nog maar een ruk aan mijn gas voor een laatste sleur omhoog. Mijn scooter protesteert en piept van uitputting. Dan valt mijn oog op mijn benzinemetertje, bijna leeg! Deze onverharde stijle bergweg heeft binnen no time al mijn benzine opgeslurpt. De volgende bocht voel ik een lichte golf van paniek als ik geen andere optie zie dan een paar meter door het zand te rijden, er is geen stukje asfalt meer over op deze plek. Ik kijk achterom en besef me dat ik een enorme berg opgereden ben. “Jezus Jolien” denk ik bij mezelf, denk dan eens na. Ik weet dat het slecht met mijn oriëntatie gesteld is, maar een hele berg over het hoofd zien op de kaart is wel heel erg.

Mijn scooter produceert inmiddels rookwolkjes en ook de laatste poging mezelf uit het zand te bevrijden mislukt. Ik zit vast. Wanhopig kijk ik weer over mijn schouder het dal in. “ Maaf” (pardon) Roep ik zo hard als ik kan naar de mannetjes die voor hun hut liggen te rusten een meter of dertig terug het dal in. Ze staan langzaam op en beginnen te lachen. Dan beginnen ze geamuseerd met elkaar te kwetteren. Ze lopen niet meteen mijn kant uit om te helpen, eerst zorgen ze ervoor dat hun buren deze komische situatie niet ontgaat. “Een Bule (buitenlander) op de scooter in ons dorp, en ze zit vast in t zand. Kijk daar, grappig he!”

Ze hebben gelijk ook, ik ben een beetje onhandig. Dan lopen ze met het hele gezelschap naar me toe en geven mijn scooter een flinke zet waardoor ik weer vooruit schiet het pad op. Ik wijs op mijn benzinemeter om te laten zien dat dit wellicht mijn volgende probleem is. Weer wordt er hard gelachen en vervolgens wijzen de mannen omhoog. “100 meter up, petrol!” Dan zwaaien ze me uit en lopen grijnzend weer terug naar hun hut. Als ik een paar minuten later 3 flessen benzine in mijn scooter heb gegoten rij ik opgelucht verder over de kronkelweg. Het pad begint zich weer te herstellen en de top is bijna bereikt. Als ik op de top van de berg sta word ik overweldigd door een adembenemend uitzicht. De berg die ik afgelopen anderhalf uur bestegen had was mountain Bateau Belong. Wat een trip en wat een blessing dat deze mensen me hebben geholpen.

De rit naar beneden is even avontuurlijk als angstaanjagend. Waar ik met plezier deze berg op skies af was gegaan is het op de scooter minder heldhaftig. Met beide voetjes op de grond en -niet de voor wiel rem indrukken- rustig naar beneden. Weer kan ik rekeken op een grote glimlach van de locale dorpelingen. Twee jonge jongens blijven het hele stuk naar beneden naast me rijden en geven me aanwijzingen hoe veilig naar beneden te komen. Ze hadden er blijkbaar niet zoveel vertrouwen in.

Beneden aan de berg parkeer ik mijn scooter en haal opgelucht adem. Ik ben dankbaar voor de hulp die ik kreeg onderweg en ga rustig op zoek naar een restaurantje om koffie te drinken. Dat valt niet mee want het is low-season en het dorpje is helemaal niet toeristisch. Dan zie ik een kunstenaar zitten tekenen aan de weg en vraag hem of er ergens een leuk cafeetje is. We raken aan de praat en hij laat me zijn tekeningen zien. Hij lacht verlegen en zegt; “Ik ben nog niet zo goed maar dit is wat ik het liefste doe. Ik verbouw ook rijst voor mijn inkomen maar omdat het erg droog is geweest vorig regenseizoen heb ik geen goede oogst gehad. Dat maakt het wel moeilijk.” Soms heb je dat met mensen; dan ben je in zo’n state of mind, dan hoor je zo’n verhaal en dan voel je: actie. Althans, dat voelde ik op dat moment. Hij had nog geen aanstalte gemaakt om me iets te verkopen toen ik zei; ” Kom we gaan ergens koffie drinken, ik trakteer en we gaan nadenken over een plan.”

Daar gingen we; samen op mijn scooter, hij zijn werk onder zijn arm, opzoek naar een cafe. Daar spreidde hij zijn werkjes uit en begon te vertellen over de tekeningen en hun betekenissen. Ik besloot een investering in hem te doen en heb voor 150 euro (zijn maandsalaris) tekeningen van zijn hand gekocht. De betekenis van de werken heb ik meegeschreven.

(Visited 21 times, 1 visits today)

Leave A Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *